Zoek in de site...

Meten is weten: C.H. Stratz en de schoonheid van de vrouw

Datum bericht: 1 mei 2015

Als conservator kom je nog eens ergens, ook al verblijf je uren alleen maar op de paar honderd vierkante meters van het boekenmagazijn. Enorme reizen zijn mogelijk, zelfs in complete stilstand voor één enkele boekenkast. Reizen over de hele wereld, reizen in tijd, reizen in de wetenschap, reizen in typografie.

De Nijmeegse Universiteitsbibliotheek is een jonge bibliotheek en bezit geen grote collectie. Ter vergelijking: de UB bezit 45.000 oude drukken. De UB Amsterdam heeft er 120.000. Wij zijn trots op onze 147 incunabelen, maar de Staatsbibliotheek München heeft er 15.000. Onze totale collectie beslaat krap 2 miljoen banden. De Library of Congress bezit er meer dan 50 miljoen. En toch heeft de UB Nijmegen een schitterende collectie met de juiste boeken voor elk vakgebied van onderwijs en onderzoek.

De opbouw van onze collectie is volgens chronologie van binnenkomst van het boek. In de kasten met de laagste nummers staan dus de boeken die in 1923, vaak als schenking, werden verwerkt. Met fors gevoel voor sentimentaliteit zou je kunnen stellen dat het boek met signatuur OD 1 a 1 het eerst beschreven boek van onze collectie is: Groot placaatboek, Utrecht 1729. Drie folianten met stamboeknummer 38.360. Het is een schenking van de R.K. Propagandaclub Benedictus XV te ’s-Hertogenbosch. Die periode waarin de collectie van de UB begon te ontstaan en te groeien, heeft mij altijd geboeid. In kasten uitgedrukt: kast 1 tot ongeveer kast 400. Welke boeken zijn er geschonken en door wie?

Terug in de tijd

In 1981 stond ik voor kast 84 op de 3e etage. Overigens is de kastopstelling van destijds helaas vorig jaar noodgedwongen omgegooid vanwege ruimtegebrek. De boeken staan nu doorlopend en aaneengesloten op formaat bijeen. Dat is een ernstige bemoeilijking van de geschiedschrijving van de collectieopbouw van onze UB.

C.H. Stratz: Die Schönheit des weiblichen Körpers (Stuttgart 1900)

In kast 84 viel mijn oog op een boek van de mij nog onbekende C.H. Stratz: Die Schönheit des weiblichen Körpers (Stuttgart 1900). Het eerste wat opviel, was het enorme aantal naaktfoto’s. Het boek opent bijvoorbeeld meteen met een sepiakleurige naaktfoto van een Weens meisje. Een boek uit 1900 met 128 foto’s en vier litho’s! Dan blijkt dat de auteur een wetenschappelijk doel nastreeft: objectieve, meetbare normen voor de schoonheid van de vrouw. Ook bij dit onderwerp blijkt weer: meten is weten. Op blz.109, bijvoorbeeld, onderzoekt Stratz de vorm van het vrouwelijke oor: “Eene fout, welke vooral bij het oor der vrouw hindert, bestaat in eene te sterke ontwikkeling en grootte van de oorschelp.” Met, natuurlijk, een afbeelding van een goed gevormd vrouwelijk oor.

Geneeskundig-antropologisch onderzoek

Carl Heinrich Stratz (1858-1924) was een Duitse gynaecoloog die geneeskundig-antropologisch onderzoek verrichtte, met als doel een gezond, welgevormd lichaam. Ook in de kindergeneeskunde leverde hij waardevolle bijdragen op het gebied van het gezonde lichaam. Hij bereisde voor zijn onderzoek de hele wereld. In 1908 vestigde hij zich als arts in de Daendelstraat in Den Haag, waar hij in 1924 overleed aan een bekkenabces.

Stratz heeft verschillende boeken over de vrouw geschreven en de UB bezit daar gelukkig de meeste van. Alleen De vrouwen op Java ontbreekt. Het zijn fraai uitgegeven werken met in de meeste een prachtig lettertype. Twee boekbanden vallen zelfs onder de bijzondere uitgeversbanden. Behalve het al eerder genoemde boek uit kast 84, som ik nog op: Die Rassenschönheit des Weibes, Die Körperpflege der Frau, Die Frauenkleidung en Die Körperformen in Kunst und Leben der Japaner. Daarnaast bezit de UB van hem: Lebensalter und Geschlechter, Naturgeschichte des Menschen en Der Körper des Kindes.

C.H. Stratz: Die Schönheit des weiblichen Körpers (Stuttgart 1900)

De totale hoeveelheid foto’s is, net als het onderwerp, overweldigend: 1744 foto’s. Het succes van zijn boeken was net zo imponerend. Alleen al Die Schönheit des weiblichen Körpers haalde 41 drukken. De UB bezit daarvan de 7e en de 22e druk én de Nederlandse vertaling (De schoonheid van de vrouw).

Bezig zijn met de collectie van de UB is het leukste wat je als conservator kan doen. Achteraf bezien, had ik er al die jaren goed aan gedaan een notitieblok op mijn reizen mee te nemen. Dan had ik nu kunnen verwijzen naar al die andere boeken in de collectie die behoren tot de cultus van het gezonde en ideale mensenlichaam. Ze zijn er, want ik heb ze gezien. Ik weet alleen niet meer waar ze staan want de signaturen heb ik niet genoteerd en de titels ken ik niet meer. Maar dat de UB nog veel meer op dit gebied bezit spreekt voor zich. Bijvoorbeeld Das Weib bei den Naturvölkeren uit 1931, van de Duitse seksuoloog Ferdinand von Reitzenstein (1876-1929), met 200 foto’s.

Robert Arpots, conservator