Zoek in de site...

Duurzaam gebouw

De Radboud Universiteit kiest bewust voor duurzaamheid, niet alleen binnen het onderwijs en onderzoek, maar ook in haar bedrijfsvoering en bouw- en renovatieprojecten. Door het toepassen van actuele kennis en state-of-the-art techniek worden nieuwe gebouwen op de campus steeds energiezuiniger. Het nieuwste universiteitsgebouw is zelfs energieneutraal: op jaarbasis verbruikt het gebouw evenveel energie als dat het oplevert.

Lage energievraag

Het gebouw is zo ontworpen dat het weinig energie vraagt.

  • Gebouw volgt mens
    Een belangrijk principe in het ontwerp is dat er alleen energie gebruikt wordt als een bepaalde functie nodig is. Zet iemand een raam open dan schakelt de klimaatinstallatie in die kamer uit. Aanwezigheidsdetectie zorgt ervoor dat het licht automatisch uitgaat wanneer iemand een ruimte verlaat en de automatische ventilatie wordt gestuurd door het aantal aanwezigen in een ruimte en de daaraan gekoppelde CO2-uitstoot.
  • Indeling en slimme installaties
    Traplopen wordt gestimuleerd doordat de trap duidelijk zichtbaar in het verlengde van looproutes ligt, de liften liggen wat verder weg, achter de trap. Wordt de lift gebruikt, dan wekken de generatieve motoren elektriciteit op tijdens het afremmen. Dat bespaart 20% elektriciteit. De luchtinstallaties werken met een zogenaamd ‘warmtewiel’ dat warmte onttrekt uit de afgezogen lucht en deze toevoegt aan de verse lucht die wordt ingeblazen. Dat scheelt bijverwarming uit andere energiebronnen.
  • Isolatie
    Het gebouw is heel goed geïsoleerd. De gevel bestaat voor de helft uit glas dat drielaags is. Dit zorgt ervoor dat het gebouw vanzelf al snel een aangename binnentemperatuur heeft. In de zomer voorkomt automatische zonwering tegelijkertijd dat het binnen niet té warm wordt.

Duurzame energie

Een dak vol zonnepanelen levert duurzame elektriciteit voor rechtstreeks gebruik in het gebouw. Voor warmte en koeling is het Maria Montessorigebouw aangesloten op het hybride energienet. Via dit duurzame energienet is het gebouw aangesloten op duurzame energie uit de warmte- en koudeopslag op de campus én vindt uitwisseling van koude en warmte plaats door de koppeling aan andere universiteitsgebouwen. Zo kan bijvoorbeeld de overtollige warmte in het gebouw worden opgevangen voor gebruik in het Erasmusgebouw.

Duurzaam en circulair materiaal

Tijdens de bouw is het afvalmateriaal gescheiden in verschillende afvalstromen: houtafval, steenachtige materialen, metaal, kunststof, glas, papier en karton, gips en isolatiemateriaal. Deze afvalmaterialen dienen elders als grondstof, bijvoorbeeld bij de aanleg van wegen. Ook werden eisen gesteld aan de verpakkingsmaterialen die het gebouw zouden binnenkomen. Karton moest bijvoorbeeld voor minimaal 80% bestaan uit gerecycled materiaal.

© foto: Thea van den Heuvel

De materialen die zijn gebruikt voor de binnen- en buitenkant van het gebouw, zijn duurzaam.

  • Het houtachtige materiaal voor de gevelplaten is gemaakt van rijstvlies en zout en  grotendeels een natuurproduct. Dit vraagt weinig onderhoud: schilderen is niet nodig, een jaarlijkse schoonmaakbeurt is voldoende.
  • De kantoorinrichting bestaat voor een deel uit hergebruikt meubilair. Kasten zijn meeverhuisd en stoelen en tafels kregen door nieuwe stoffering en tafelbladen een tweede gebruiksronde.
  • Bij de productie van nieuwe inrichting is rekening gehouden met de duurzaamheid van de gebruikte grondstoffen en materialen. Deze voldoen aan strenge emissienormen, zodat er weinig vluchtige stoffen uit kunnen verdampen. Dit draagt bij aan een gezonde werkomgeving.

Nestkasten, inheemse bomen en wadi’s

Het Maria Montessorigebouw is een paviljoen in een groene omgeving. In het ontwerp is dan ook rekening gehouden met de planten en dieren die leven in het gebied rondom het gebouw.

Aan de gevel en het dak bevinden zich nestkasten en verblijfsplekken voor dieren als de gierzwaluw, huismus en verschillende soorten vleermuizen. Rond het gebouw zijn nieuwe bomen geplant als compensatie voor de bomen die voor de bouw moesten wijken. De aangeplante bomen zijn van diverse inheemse rassen en goed bestand tegen droogte en ons veranderende klimaat.

Wadi’s op de laagste plekken in het landschap zorgen voor een goede waterhuishouding. Als het regent verdwijnt overtollig hemelwater niet in het riool maar stroomt via deze wadi’s in de bodem. In het waterwingebied Heumensoord, ten zuiden van de campus, pompt Vitens dit grondwater uiteindelijk weer op. Dit is een langjarige cyclus: na 25 jaar komt het hemelwater als drinkwater terug op de campus van de Radboud Universiteit, klaar voor gebruik.

Foto: Thea van den Heuvel fotografie