Zoek in de site...

Lage temperatuur voor duurzame verwarming en koeling

Bij de energietransitie - de overgang van het gebruik van kolen, olie en gas naar het gebruik van zon, wind en water als bron van energie - is een lage temperatuur van het water voor verwarming belangrijk. Hoe verder de temperatuur naar beneden kan hoe minder energie nodig is. Met een temperatuur die lager is dan 50°C en bij strenge vorst lager dan 60°C, is het mogelijk een gasreductie van zeventig tot negentig procent te realiseren. Hoe lager de temperatuur van het water waarmee de gebouwen verwarmd worden, hoe hoger de reductie van gasverbruik.

Isolatie oude gebouwen

Voor nieuwe gebouwen is die lage temperatuur geen probleem maar oudere gebouwen moeten eerst goed geïsoleerd worden voordat lage-temperatuur-verwarming een goed alternatief is. Wanneer een gebouw geen goede isolatie heeft verliest het de warmte te snel. De warmtepomp zou dan veel extra energie moeten verbruiken om dit verlies op te vangen, waardoor het rendement laag wordt.

Slim warmtenet

Door meerdere gebouwen op de warmte-koude-opslag (WKO) te koppelen heeft de universiteit een eigen grondwaternet ontwikkeld. In dit grondwaternet is de temperatuur maximaal 20°C. Het voordeel van dit ‘slimme warmtenet’ is dat energie bijna zonder warmteverlies tussen gebouwen en bronnen kan worden uitgewisseld. Op bepaalde momenten kan warmte of koude zelfs bovengronds, tussen gebouwen onderling, worden uitgewisseld. Anders gezegd: lage-temperatuur-bronnen (WKO) kunnen heel goed gebruikt worden voor lage-temperatuur-doelen (verwarming en koeling).

Warmte-koudevraag

Warmte- en koudevraag gedurende het jaar

De bronnen op de campus zijn onbeperkt en hernieuwbaar beschikbaar in de vorm van grondwater. Daarnaast wordt gebruik gemaakt de overtollige warmte uit servers en gebouwen.

Wel wordt om gebouwen te kunnen verwarmen nog hoogwaardige energie (elektriciteit voor de warmtepomp) gebruikt, maar alleen op de plek waar en het moment wanneer dat nodig is.

Lage temperatuur, hoge gasreductie

De omschakeling van een centraal ketelhuis naar decentrale cv-systemen bespaarde al twintig procent gas in de productie van dezelfde hoeveelheid warmte. Met de overgang van cv-ketel naar WKO met warmtepomp werd de aanvoertemperatuur nog lager en dat maakte gebruik van honderd-procent-hernieuwbare bodemenergie mogelijk. De warmtepomp verbruikt nog wel elektriciteit maar dat is op de campus ongeveer eenvijfde van de totale energiebehoefte. Voor bestaande gebouwen is tien procent gas extra nodig  om tijdens een vorstperiode de warmte op 60°C aan te kunnen leveren.

Onderstaand overzicht geeft het schematisch weer. Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Aanvoertemperatuur afhankelijk van bron

De bron bepaalt de aanvoertemperatuur van de warmte

Meer informatie