Zoek in de site...

WKO

WKO staat voor ‘warmte-koudeopslag' en wordt op de campus gebruikt om een aantal gebouwen te verwarmen en te koelen. Campus & Facilities (C&F), de beheerder van de gebouwen op de campus, is ‘eigenaar' van dit systeem. Maar wat is WKO nu eigenlijk?

Warmte- en koude-opslag is een duurzame methode om energie, in de vorm van warmte of koude, in de bodem op te slaan. Het systeem gebruikt het warmteoverschot dat in de zomer ontstaat, om daar 's winters gebouwen mee te verwarmen. In de zomer wordt gebruik gemaakt van het koudeoverschot -dat in de winter ontstaat- om gebouwen te koelen.

De animatie legt uit hoe het werkt.

Voor- en nadelen

Het grote voordeel van WKO is dat voornamelijk gebruik gemaakt wordt van duurzame energie. Het systeem met warm en koud water kan immers eindeloos doorgaan, zonder dat die energie ooit op raakt. Het nadeel van WKO is dat de investeringskosten hoog zijn. Ook moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan; de bodem bijvoorbeeld moet geschikt zijn voor warmte- en koudeopslag. Daarnaast moet ook het gebouw er geschikt voor zijn. Aanpassingen kunnen het beste tijdens de bouw aangebracht worden. Ook het gebruik van het gebouw is van belang. Voor woonhuizen is WKO bijvoorbeeld minder geschikt.

Bodem geschikt?

Het aanwezige grondwater in de bodem wordt gebruikt om de koude en warmte op te slaan. Dat grondwater bevindt zich op een diepte van 80 á 100 meter beneden het maaiveld. Niet iedere bodem is daarvoor geschikt maar de zandbodem onder de campus wel. Het zand houdt het water vast zodat het water niet weg kan stromen. Door in de winter afgekoeld en in de zomer opgewarmd grondwater in de zandlagen te pompen, worden er warme en koude bronnen gecreëerd. Op de campus zijn vijf bronnen met koud water en vijf bronnen met warm water. In de zomer wordt het koude water opgepompt en naar een koelinstallatie van een gebouw toegevoerd, waar het wordt gebruikt voor koeling. Door de warmte van het gebouw wordt het koude water opgewarmd en dat warme water gaat de bodem weer in om in de winter gebruikt te worden voor verwarming.

Gebouw geschikt?

Het systeem kan niet zo maar voor ieder gebouw gebruikt worden. Omdat het warme water niet heel erg warm is en het koude water niet heel erg koud, moet de warmte en koude op een andere wijze het gebouw in gebracht worden, bijvoorbeeld via vloeren of plafonds in plaats van via radiatoren. Een radiator is relatief klein en om een kamer te verwarmen moet de radiator erg heet worden. Een vloer of plafond heeft een veel groter oppervlak en kan zo met een lagere temperatuur een kantoor verwarmen of koelen. Dat betekent wel dat een gebouw al tijdens de bouw geschikt gemaakt moet worden voor het gebruik van WKO. Met de aanleg en ingebruikname van het Hybride EnergieNet zijn nu echter ook bestaande gebouwen op de campus aangesloten op de WKO.

Gebruik geschikt?

In een woonhuis is de behoefte aan koeling over het algemeen niet erg groot. In de gebouwen op de RU zijn er echter ruimtes die het hele jaar door koeling nodig hebben, denk aan collegezalen waar grote groepen studenten aanwezig zijn of ruimtes waar computerapparatuur staat die warmte produceert. Daarom zijn de gebouwen van de Radboud Universiteit in principe geschikt voor WKO en is een woonhuis dat, vanwege de hoge investeringskosten, veel minder.

Duurzame energie

Naast koeling is de zomer is in de winter warmte nodig om het gebouw te verwarmen. Die warmte is er wel, maar niet op de juiste temperatuur. Het water in de ondergrondse laag mag slechts 25 graden worden (volgens milieuregels opgesteld door Provincie), en voor optimaal verwarmen moet dat 45 graden zijn. Daarom gebruikt C&F warmtepompen om het water te verwarmen tot de juiste temperatuur. Alleen deze warmtepompen maken gebruik van ‘gewone', fossiele energie. Verder gebruikt de WKO duurzame energie. De besparing is ca 60%, ten opzichte van het gebruik van conventionele verwarming en koeling.