Zoek in de site...

Minder maaien voor meer biodiversiteit

Datum bericht: 20 april 2022

Ten bate van de biodiversiteit wordt er tegenwoordig op een andere manier aan groenonderhoud gedaan. In bossen laat men op plekken waar het geen kwaad kan omgewaaide bomen gewoon liggen, in plaats van direct de zaag erin te zetten. En zo zal je het komende jaar ook op de campus op meer plekken ‘ruw’ gras tegenkomen. Dit zal een ander beeld geven ten opzichte van een strak geschoren gazon, maar het is wel  beter voor de biodiversiteit (flora en fauna).

Functie en representatie

Op de campus zijn er delen met kort gras (gazon) en ruw gras. Gazon tref je aan daar waar mensen het gras gebruiken, zoals de ligweides bij het Maria Montessorigebouw, of op representatieve locaties zoals rond het Berchmanianum. Langs paden wordt er een baan van ongeveer een meter kort gehouden om het verzorgd te laten uitzien (en zodat het gras niet gaat overhangen). Maar op plekken waar het vanwege de functie of representatie niet nodig is, zal het gras zo veel mogelijk langer gelaten worden. Op onderstaande kaart zie je op welke plekken gazon en ruw gras is bedacht. In de loop van de tijd kunnen deze locaties overigens nog worden herzien.

Campuskaart met gazon (lichtgroen) en ruw gras (donkergroen). Klik op de afbeelding voor een grotere weergave.

Voordelen langer gras

Kort gras is weliswaar al beter dan een inrichting met stenen omdat het regenwater kan opvangen, maar het voegt verder niet zo veel ecologische waarde toe. Ruw gras doet dat wel. In dit lange gras groeien bloemen en kruiden en dat trekt allerlei insecten, vogels en kleine zoogdieren aan. Zij kunnen er voedsel en schuilplekken vinden. Ruw gras wordt doorgaans maar één of twee keer per jaar gemaaid, meestal in het najaar. Helemaal niet maaien kan overigens niet, want dan zou op den duur vanzelf een bos ontstaan.

Natuurvriendelijk maaien

Het komend jaar gaat de aannemer die het groenonderhoud op de campus doet, experimenteren met een natuurvriendelijke manier van maaien van het ruwe gras. Bijvoorbeeld door het maaien in fases of door ‘sinusmaaien’ waarmee met een slingerende beweging door het gras wordt gegaan. Omdat met het maaien in fases en sinusmaaien een deel van de vegetatie blijft staan, is dit gunstig voor de zaadvorming. Na een jaar zal geëvalueerd worden, welk effect deze manier van groenonderhoud heeft op de biodiversiteit van de campus. /JvB