Samenvattingen

  1. Prof.dr. Victor Westhoff
  2. Dr. Hans Wijers: Nieuwe natuur in een veranderende samenleving
  3. Dr. Jeffrey McNeely: Nature Conservation and the Future: Trends and Options towards the Year 2025
  4. Prof.dr. Eddy van der Maarel: Natuurbeheer tussen tuin en wildernis
  5. Prof.dr. Frank Berendse: De natuur van het verleden of de natuur van de toekomst?
  6. Dr. André van der Zande: Tussen onland en verwonderland, over de passie voor Natuur en Landschap
  7. Dr. Herman Wijffels: Natuurbescherming in de 21e eeuw
  8. Jaap Dirkmaat: Uit het Paradijs
  9. Prof.dr. Jelte van Andel: Wetenschap en natuur in ontwikkeling
  10. Prof.dr. Matthijs Schouten: Natuur: gebruiksgoed of bondgenoot?
  11. Prof.dr. Cees Veerman: De toekomst van het platteland - natuur en landschap, last of bijdrage?
  12. Prof.dr.ir. Louise Fresco: van de vette strekern der aarde, en overvloed van koren
  13. Mr. Guido van Woerkom: nieuwe wegen voor natuur, verbinden van waarden
  14. Prof.dr. Bas Haring: Bouwmeesters - op zoek naar een nieuwe verantwoordelijkheid jegens de natuur
  15. Prof.dr. Kees Basmeijer: " In de spiegel van de Inuit.Prikkels voor een fundamenteel debat over natuurbeschermingsrecht in Nederland"
  16. Prof.dr. Johan van de Gronden: "Een onbegrepen werelddeel"
  17. Prof.dr. Jan Luiten van Zanden: "Is er nog hoop voor de natuur? Een economisch-historische kijk op de lange termijn ontwikkeling van biodiversiteit"

Parnassia

Samenvattingen van de lezingen

1999: Prof.dr. Victor Westhoff, emeritus hoogleraar Plantensociologie, Katholieke Universiteit Nijmegen

Reactie door: prof.dr. Matthijs Schouten

Planten en dieren als levende natuur in hun leefomgeving, hun milieu, twee kanten van dezelfde medaille. Victors credo luidt: natuurbehoud is het behoud van de verscheidenheid in milieutypen als voorwaarde voor het voortbestaan van zoveel mogelijk soorten planten en dieren. Natuurbehoud is het tegengaan van nivellering van het landschap in Nederland en daarbuiten, en dat vereist milieubehoud en dus actief milieubeheer. Tegenwoordig zeggen we: natuurbehoud is behoud van biodiversiteit.

2000: Dr. Hans Wijers, voorzitter van het Wereld Natuur Fonds Nederland en voormalig minister van Economische Zaken
Titel: "Nieuwe natuur in een veranderende samenleving"

Reactie door: prof.dr. Herman Eijsackers

Wijers formuleert een visie op de rol van (nieuwe) natuur in een snel veranderende samenleving. Daarin hebben, ook met betrekking tot de natuur, overheid, marktpartijen en ngo’s, een andere rolverdeling. Dat impliceert een andere architectuur van beleidsvoorbereiding, besluitvorming en uitvoering, en een andere strategie, ook voor natuurbeschermingsorganisaties.

2001: Dr. Jeffrey McNeely, chief scientist of the International Union for the Conservation of Nature (IUCN), Gland, Switzerland
Titel: "Nature Conservation and the Future: Trends and Options towards the Year 2025"

Reactie door: prof.dr. H.A. Udo de Haes

As the 21st century dawns, it is timely for the conservation movement to reflect on changing environmental, social, economic, and political conditions and how it might adapt to these changes. This paper looks to the year 2025, drawing on the best available science to speculate on the evolution of global environmental trends and issues, evolving pressures on the environment, and obstacles and opportunities for effective conservation action. The paper addresses changes in population, consumption, and resources; cultural diversity; national security; climate; environmental pollution; economics; institutions; technology; information and communications; and biological diversity.

2002: Prof.dr. Eddy van der Maarel, hoogleraar van het Laboratorium voor Planten Ecology van de Rijksuniversiteit Groningen
Titel: "Natuurbeheer tussen tuin en wildernis"

Reactie door: dr. Frans Vera

Van der Maarel formuleert een visie op de rol van (nieuwe) natuur in een snel veranderende samenleving. In het voetspoor van Victor Westhoff gaat hij uit van het traditionele natuurbeheer. Hierin komen drie moderne ontwikkelingen aan de orde:

 * herstelbeheer en natuurontwikkeling in en om het halfnatuurlijke landschap
 * ontwikkeling van wildernis
 * aanleg van heemtuinen en natuurparken

Hoe kunnen we deze stromingen en hun subjectieve en objectieve motieven beter karakteriseren en vervolgens met elkaar verbinden?

2003: Prof.dr. Frank Berendse, hoogleraar Natuurbeheer en Plantenecologie van de Wageningen Universiteit
Titel: "De natuur van het verleden of de natuur van de toekomst?"

Reactie door: dr. Dick Melman

Berendse geeft een provocerende visie op de perspectieven voor natuurbehoud op het Nederlandse platteland dat de komende tientallen jaren in sneltreinvaart van gedaante zal veranderen. Het zijn vooral Europees beleid en economische ontwikkelingen die deze veranderingen zullen bepalen. Op het nieuwe platteland zal de landbouw slechts een bescheiden rol spelen. De grote vraag is hoe het natuurbeleid gebruik kan maken van deze ontwikkeling. Bezuinigingen op natuuraankopen en ombuigingen naar agrarisch natuurbeheer passen niet in een strategie die gericht is op de ontwikkeling van een buitengebied dat voldoet aan de eisen van de 21ste eeuw.

2004: Dr. A.N. van der Zande, Directeur-Generaal van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Titel: "Tussen onland en verwonderland, over de passie voor Natuur en Landschap"

Reactie door: prof.dr. L. Brussaard

Westhoff was een geniaal natuurwetenschapper en een erudiete boeddhist. Zijn invloed als natuurwetenschapper heeft decennia lang bijgedragen aan de systematische en grondige wetenschappelijke onderbouwing van het praktische natuurbeheer en de sectorale natuurbescherming in Nederland. De ecologie was gedurende de tweede helft van de twintigste eeuw dan ook het gezicht, de drijfveer en de legitimatie van de natuurzorg. De ecologie heeft ons mondiaal, europees en nationaal heel ver gebracht, maar lijkt niet bij machte om het grote uitsterven werkelijk te stoppen. Om die sprong vooruit te maken is meer nodig: de erkenning van de emotionele en spirituele betekenis die natuur voor mensen heeft. Het perspectief dat aansluit bij Westhoff de filosoof en boeddhist ligt er en wint snel aan maatschappelijke kracht. Daarbij gaat het niet om kille genendiversiteit of om soorten, maar om liefde voor de aarde, ons land, het landschap. De natuur-, milieu- en landschapsbeweging hebben als sociale beweging een eigen ethiek en een sterk verhaal in een tijd met armoede aan verhalen.

2005: Dr. H.H.F. Wijffels, Voorzitter van de Vereniging Natuurmonumenten en voorzitter van de Sociaal Economische Raad
Titel: "Natuurbescherming in de 21e eeuw"

Reactie door: prof.dr. J.M. van Groenendael, en mw. drs. Annick de Witt

Het thema van de inleiding is natuurbescherming in de maatschappelijke context van de 21e eeuw. Welke vraagstukken dienen zich aan voor een organisatie als Natuurmonumenten, die de tweede eeuw van haar bestaan ingaat? Dr. Herman Wijffels gaat tevens in op de rollen van de verschillende betrokken partijen -natuurbeschermingsorganisaties, boeren en particulieren - en op de invloed van klimaatverandering op natuurbescherming.

2006: Jaap Dirkmaat, Directeur van de Vereniging Das & Boom en Directeur van de Stichting Nederlands Cultuurlandschap
Titel: "Uit het Paradijs"

Reactie door: prof.dr. Jan Douwe van der Ploeg

De bijbelse mens werd uit het paradijs gezet wegens wangedrag. De evolutionaire mens werd pas echt een ecologische ramp toen hij op twee benen ging lopen, en zijn handen vrij had om er kwaadaardige dingen mee te doen. Het begon met het doden van soortgenoten, dieren en bomen om te overleven. Heden ten dage doodt hij zoveel, dat hij zichzelf daarmee bedreigd. Of heeft het paradijs nooit bestaan, en dat is maar goed ook. Is de mens misschien, los van de doelloze evolutie van een waanzinnige overproductie aan leven, juist de kroon op de evolutie en bezit alleen hij een scheppend vermogen iets paradijselijks tot stand te brengen.

2007: Prof.dr. Jelte van Andel, Rijksuniversiteit Groningen - Community and Conservation Ecology group
Titel: "Wetenschap en natuur in ontwikkeling"

Reactie door: dr. Fons Eysink

In de tweede helft van de twintigste eeuw heeft het natuurbeheer de weg naar de universiteit gevonden, zodat er tussen natuurbeheer en wetenschap een intensieve wisselwerking tot stand kwam. In zijn rede gaat Van Andel in op ontwikkelingen in de wetenschap in relatie tot ontwikkelingen in de natuur en in de maatschappij.

2008: Prof.dr. Matthijs Schouten, Wageningen University and Research Centre - Nature Conservation and Plant Ecology group
Titel: "Natuur: gebruiksgoed of bondgenoot? "

Reactie door: mw. dr. Riyan van den Born, RU Nijmegen - Institute for Science Innovation and Society

Veranderingen in de opvattingen over de natuur zoals die zich in Nederland hebben voorgedaan vanaf het midden van de vorige eeuw, worden in de context geplaatst van sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen. De kloof tussen de betekenis die de burger aan natuur toekent en de plaats die politici en beleidsmakers haar geven, wordt steeds groter. De ‘zwijgende’ natuur dreigt daarbij de grote verliezer te worden.

2009: Prof.dr. Cees Veerman, leerstoelhouder ‘Duurzame plattelandsontwikkeling in Europees perspectief ’, Wageningen Universiteit / Universiteit van Tilburg
Titel: "De toekomst van het platteland: natuur en landschap, last of bijdrage?"

Reactie door: dr. Anton Stortelder, Alterra Wageningen University and Research Centre

De spanningsvolle relatie tussen landbouw en natuur- en landschapswaarden komt voort uit nieuwe voorkeuren van burgers. Van tijd tot tijd krijgen we het gevoel met de scherven in onze handen te staan van wat we dachten te moeten bereiken. De grens tussen stad en ommeland is vervaagd. Vraag is dan ook in hoeverre de landbouw nog drager is van de waarden van het platteland, de leefbaarheid, en andere belangen die annex zijn aan de landbouw. Nu voor ons plattelandsbeleid Europees beleid zich duidelijk manifesteert, wordt de keuze door ondernemers gemaakt. Verbreding van activiteiten neemt meerdere vormen aan: zorgboerderij, bed and breakfast, opvang van verslaafden, enz. Beleidskeuzen en wettelijke opgaven tot instandhouding of ontwikkeling van natuur en landschap leiden tot spanningen met de behoefte aan bedrijfsontwikkeling van de landbouw, die in verschillende sectoren trekken heeft van industriële productie. Het besef dat we door modernisering van de landbouw verlies hebben geleden (milieuschade, biodiversiteit of diversiteit in grondgebruik, maar ook schoonheid, oorspronkelijkheid, harmonie en rust), wordt weerpiegeld in een verlangen naar de landbouw van ‘vroeger’. Veerman denkt niet dat er een weg terug is. De moderne technologie is nodig omdat wij ons niveau van materiële welvaart niet willen prijsgeven. Maar we kunnen de lusten wel vergroten en de lasten verminderen als we bereid zijn duidelijke keuzes te maken - in ruimtelijke indeling van het platteland en in financieel opzicht, en vooral in de wijze waarop wij de dingen om ons heen op werkelijke waarde weten te schatten en daar consequenties aan verbinden voor ons bestaan.

2010: Prof.dr.ir. Louise Fresco, universiteitshoogleraar aan de UvA - duurzame ontwikkeling in internationaal perspectief
Titel: "Van de vette streken der aarde, en overvloed van koren"

Reactie door: Frans Bongers

Hoe verhoudt biologische diversiteit zich tot voedselvoorziening? Meer genetische diversiteit betekent niet automatisch een groter, beter of diverser voedselaanbod, in gematigde noch tropische gebieden. Gebieden met hoge variatie in rassen van voedselgewassen en agrarische landschappen, dus met hoge agrobiodiversiteit, zijn niet zonder meer de meest productieve gebieden op aarde. Ook is het onjuist dat hoge productiviteit altijd samen gaat met genetische of landschappelijke armoede. Toch ervaren we allemaal dat genetische en landschappelijke variatie historisch alles bepalend zijn en in de toekomst belangrijk is en dus inherent ‘goed'. Onze ideeën over agrodiversiteit van gewassen en voedsel hebben niet alleen een wetenschappelijke maar ook een culturele en morele achtergrond. Pas al we die begrijpen, kunnen we een evenwichtig beleid bepalen voor voedsel en agrobiodiversiteit, zowel nationaal als internationaal.

2011: Mr. Guido van Woerkom, Directeur ANWB
Titel: "Nieuwe wegen voor natuur, verbinden van waarden"

Reactie door: Dr. André Jansen

De nieuwe economische realiteit heeft een aantal waardenconflicten urgent gemaakt. Bijvoorbeeld tussen mobiliteit en natuur. Beide zijn positieve waarden en dus willen we de een niet opofferen ten bate van de ander. We zoeken naar een compromis. Nu ruimte, tijd en geld nog schaarser zijn geworden, is het moeilijk om elkaar te vinden in een compromis dat werkt. Spelers en speelveld zijn in verandering. Hoewel een 'nieuwe ordening' nog niet in zicht is, moeten we wel nadenken over andere vormen van samenwerking en over de relatie tussen stad, platteland en natuur.

2012: Prof.dr. Bas Haring, hoogleraar "publiek begrip van de wetenschap", Universiteit Leiden
Titel: "Bouwmeesters - op zoek naar een nieuwe verantwoordelijkheid jegens de natuur"

Reactie door: Dr. Rob Lenders RU Nijmegen 

Voor velen staat de rentmeester model voor onze verantwoordelijkheid op aarde. De rentmeester beheert, past op en zorgt ervoor dat de zaken die hem in beheer gegeven zijn niet kapot gaan of verdwijnen. Maar verder doet een rentmeester niet zoveel: hij investeert niet, bouwt niet, bepaalt niet. Hij is vooral voorzichting.
 Is het rolmodel van de rentmeester niet te klein en te passief? Wij maken deze wereld, of we het nou willen of niet. We maken het er niet altijd beter op, maar we maken wel. Alleen al door onze aanwezigheid bouwen wij aan de aarde. Dit is een nieuwe rol. Een rol waar we aan moeten wennen; met nieuwe verantwoordelijkheden. De rol van bouw- in plaats van rentmeester.

2013: Prof.dr. Kees Bastmeijer, hoogleraar "natuurbeschermings- en waterrecht ", Universiteit Tilburg
Titel: " In de spiegel van de Inuit. Prikkels voor een fundamenteel debat over natuurbeschermingsrecht in Nederland"

Reactie door: Prof.dr. J.M. van Groenendael 

De lezing van Kees Bastmeijer maakt een vergelijking tussen een traditionele jager-verzamelaar-samenleving (de Inuit-cultuur) en de Westerse Nederlandse samenleving en stelt daarbij de volgende vraag: Welke inspiratie voor het Nederlandse debat over natuurbeleid en natuur-beschermingsrecht kunnen we ontlenen aan een vergelijking tussen de traditionele Inuit-cultuur en onze samenleving, en kan deze vergelijking ons meer inzicht geven in de fundamenten van onze ‘natuurproblematiek' en de rol die we het recht toedichten om de problemen op te lossen? De aandacht richt zich daarbij op drie, onderling nauw samenhangende thema's: (A) De mens-natuur-relatie of te wel de ‘ontgroening' van onze samenleving); (B) De plaats van het individu in de gemeenschap, met bijzondere aandacht voor het eigendomsrecht); (C) De intensiteit van natuurgebruik en accumulatie van individuele rijkdom.

2014: Prof.dr. Johan van de Gronden, algemeen directeur van het Wereld Natuur Fonds.
Titel: "Een onbegrepen werelddeel"

Reactie door: Dr. Johan Janssen WUR

De titel van de lezing, "Een onbegrepen werelddeel" refereert naar een gedicht van Victor Westhoff uit 1949 ("Ethica") waarin ons moderne ongemak met morele vraagstukken tot uitdrukking komt. Een ongemak dat wij volgens Van de Gronden beter moeten leren begrijpen én overwinnen, willen we niet ten prooi vallen aan een zielloos utilitarisme in de hedendaagse natuurbescherming. In een beknopte ideeëngeschiedenis die ons voert naar de bronnen van de Europese natuurbescherming vinden we belangrijke kiemen voor een morele herijking van ons natuurbeleid. In het bezielde landschap van Frederik Willem van Eeden, Alexander von Humboldt of Immanuel Kant treffen we sporen aan van een verlichtingsideaal dat we bijna zijn vergeten. Het loont de moeite ons te verdiepen in een ideeënwereld waarin het schone en het goede nog niet strikt zijn gescheiden. Daarbij houdt de Amerikaanse natuurbeweging ons een belangrijke spiegel voor. Via Ralph Waldo Emerson, Henry David Thoreau en John Muir vonden opvattingen uit de Europese Verlichting hun weg naar een sterk met een gevoel van wildernis verbonden Amerikaanse identiteit. Tot op de dag van vandaag overstijgt de waarde van de Nationale Parken in de Verenigde Staten de empirische waarneming en verwijst zij naar een groter moreel belang.

2015: Prof.dr. Jan Luiten van Zanden: hoogleraar " economische en sociale geschiedenis, Universiteit Utrecht
Titel: "Is er nog hoop voor de natuur? Een economisch-historische kijk op de lange termijn ontwikkeling van biodiversiteit"

Reactie door: Dr. Martijn van der Heide

De Nederlandse natuur is de afgelopen honderdvijftig jaar sterk achteruit gegaan, maar het had nog erger kunnen zijn, en er zijn hier en daar weer ‘tekenen van hoop’ waar te nemen: soorten die zijn teruggekomen of na herintroductie het goed doen. Is de natuur aan een renaissance begonnen? De lezing analyseert waarom de industrialisatie van Nederland die rond 1860 begon niet op nog verdere achteruitgang van de natuur is uitgelopen. Drie factoren speelden daarin een rol: de bevolkingsgroei begon op den duur af te nemen, de landbouw werd steeds intensiever waardoor er meer ruimte gemaakt kon worden voor steden en industrie, maar ook voor de natuur, en de houding ten opzichte van de natuur is ingrijpend veranderd: werd rond 1850 de intrinsieke waarde van de natuur niet onderkend, nu staat deze hoog op de agenda. Er is mogelijk sprake van een ‘groene Kuznets curve’, waarbij voorbij een bepaald punt verder economische ontwikkeling op den duur goed uitpakt voor de natuur, maar overheidsbeleid gedragen door mentaliteitsverandering speelt in deze een cruciale rol. Nagegaan wordt ook of zich op wereldschaal vergelijkbare processen voordoen, die ons kunnen sterken in onze hoop voor de natuur.



De Westhofflezing werd ieder jaar ook als boekje uitgegeven. Met ingang 2013 zal de tekst van de lezing te bestellen zijn via de site van de KNNV. De prijs voor de losse uitgaven bedraagt ongeveer € 10,- p. st. (incl. BTW en verzendkosten).

Van vorige lezingen hebben wij nog enkele exemplaren

Bestellen? Klik dan hier.