Winnaar 2009

Winnaar van de essaywedstrijd 2009 ‘De Natuur van het Platteland’ is Nils van Rooijen. Hieronder zijn winnende inzending.

Met beide benen in de natuur

door

Nils van Rooijen

‘Als boer sta ik met beide benen in de natuur,’ hoorde ik laatst op tv. De stereotiepe boer zei dit trots terwijl hij naast zijn gloednieuwe combine midden op zijn akker stond. De akker lag er netjes bij. Strakgetrokken lijnen, een kaarsrechte sloot en nergens een paardenbloem of klaproos te bekennen. De boer gooide na deze woorden gezegd te hebben, de nog rokende peuk nonchalant op de grond en trapte deze uit.

Mijn buurman is ook boer. Althans, hij doet zijn best. Al jaren krijgen we balen stro van zijn land om onze paarden ’s winters een warm bedje te geven. In het voorjaar, vlak na het inzaaien van het gerst, ligt zijn akker er feilloos bij. De lange geultjes waarin het zaad is gestrooid, beginnen een groene waas te ontwikkelen. De jonge groene spruiten van datgene dat ooit de paardenstal zal warm houden, steken schuchter een klein stukje boven de grond uit.
Niet veel later loop ik toevallig weer langs die akker. De groene waas is nu duidelijk groener geworden, maar de rechte lijnen zijn verdwenen. Daarvoor in de plaats heeft de gehele akker een flinke lik groene verf gekregen. Zandraketjes, klaprozen, hoornbloemen, ereprijzen en tal van variaties van de paardenbloem liggen als een voorjaarsdeken over het ooit zo netjes geploegde zand. De smalle sprietjes gerst zijn moeilijk terug te vinden tussen de menigte van uitbundig groeiende vegetatie. Bijen zijn driftig in de weer om de paarse bloempjes van de hondsdraf te ontdoen van hun nectar, terwijl het citroenvlindertje jolig rondfladdert. Overal tjilpende mussen.
De oranje TNT-bus van de buurman stopt aan de rand van het onverharde pad. Het raampje schuift langzaam naar beneden en een schuldig kijkende buurman wisselt zijn blik tussen mij en zijn akker. ‘Sorry,’ begint hij zich te verontschuldigen, ‘ik heb het druk gehad met de post, maar misschien kan ik komend weekend gaan spuiten.’ Uit zijn woorden concludeer ik dat het over een aantal dagen is gedaan met de bedrijvigheid op de akker. Een lieveheersbeestje landt precies op mijn neus, schrikt er zelf van en gaat verder met zijn zoektocht naar bladluizen. Ik knik naar de buurman en deze vervolgt zijn postronde over het Noord-Limburgse platteland, dat door de aanwezige zandduinen trouwens niet zo plat is als het woord doet vermoeden.

Net aan de andere kant van de Maas liggen de Maasheggen. Een mozaïek van akkertjes en weiden waar schapen grazen. Het prikkeldraad, dat elders de grazers binnen de percelen moet houden, is hier nooit uitgespannen. De kleine groene weiden, die bij hoog water veranderen in kleine moerasjes of bij strenge vorst zelfs in spiegelgladde schaatsvijvers, worden gescheiden door brede, gevlochten heggen.
Kom in het vroege voorjaar en je zult een gebied aantreffen gehuld in een wit kleed. De schapen met lammeren vullen de groene velden en de sleedoorn- en meidoornbloesem sieren de heggen. Op een warme zomerdag bieden de hoog opschietende heggen welkome verkoeling. Het gezoem van insecten rondom de vlieren, het ruisen van de wind, een gil van een buizerd in een strakblauwe lucht en het gedempte ritme van een hooimachine, twee veldjes verderop. ’s Avonds kun je het geritsel horen van muizen, wezeltjes en zo nu en dan een das. De heggen bieden onderdak aan tal van soorten planten en dieren, maar ook beschermen ze de akkers tegen groter wild en tegen regen, wind of droogte. Een plons verraadt een wegspringende kikker en tevens het door de heg overgroeide slootje. Op het zandpad achter mij hoor ik een trekker naderen. De volgeladen wagen met welriekend hooi herinnert mij aan iets en snel stap ik op de fiets en steek de Maas over. Ik heb mijn buurman beloofd een handje te helpen.
Even later vallen de balen één voor één uit de pakmachine. De buurman verpakt elk hoekje van zijn akkertje zorgvuldig in kleine balen, die ik vervolgens op een kar slinger. ‘De opbrengst van het gerst viel tegen,’ wist de buurman mij, zoals elk jaar, te vertellen. Ik kijk naar de groene balen goudgeel stro en knik meelevend, terwijl ik er een oppak en in een uitgebloeide distel grijp. De witte pluizen werden meegenomen door de wind.
 
Natuur op het platteland is als een puberend kind. De conservatieve boer speelt de strenge ouder. De natuur mag alleen dat doen wat de boer van de natuur wil. Elk afwijking hiervan, elke kleine rebellie van een enkele veldkers, wordt direct afgestraft door de maaimachine of gifspuit. Maar ja, doe je niets, dan neemt de puberende natuur het over, net als bij mijn buurman. Het ooit zo nette akkertje verdwijnt onder een waas van onbedoelde begroeiing en mijn buurman is zijn opbrengst kwijt.
Als de boer nu een compromis kan vinden, iets als hetgeen in de Maasheggen gebeurt, een samenwerking tussen boer en natuur, dan kan dat voor beide iets opleveren. De natuur krijgt de ruimte om een volgroeide vorm te krijgen in bijvoorbeeld de heggen. De boer krijgt op zijn beurt de opbrengst van zijn land, beschutting van de heggen en een prachtig afwisselend gebied, waar zowel mens als natuur zich thuis voelen. Laat de boer niet met beide benen in, of liever gezegd óp de natuur staan. Maar laat de boer ook niet verdwijnen. De waardering van de Nederlandse half-natuur wordt vaak bedolven onder de twee extremen. Het is tijd voor een nieuw poldermodel. Laat de boer met één been op zijn akker staan en met één been in de natuur.  
 
De uitgetrapte peuk blijft achter in de voetafdruk in het mulle zand van de akker. Met een proestend geluid start de gloednieuwe combine. De boer stuurt de machine de openbare weg op en kijkt niet om naar zijn land, waar op dat moment een aantal spreeuwen landt. De vogels pikken de wormpjes, omhoog gekropen door het getril van de machine, uit de grond. Als ze wegvliegen, opgeschrikt door een langs scheurende motor over de polderweg, laten ze een omgewoelde plek achter in daarvoor zo gladde akker. Een windvlaag waait over de plek en de pluizige zaadjes van een distel nestelen zich in de vochtige aarde. Met de wortels midden in het platte land.


lauwerkrans