Terugblik: Ontkieming van de groene politiek

Datum bericht: 18 maart 2020

Op 25 februari jl. vond in het KDC het symposium over de ontkieming van de groene politiek plaats. Onze stagiaire Björn Spekschoor blikt terug op de bijeenkomst.

Opening van het symposium met mr. Dilia van der Heem, oud-Tweede Kamerlid PPR

‘We zijn nog niet klaar’

Symposium over de geschiedenis van de PPR: verrassend actueel

De titel van dit artikel was de conclusie van het symposium ‘De ontkieming van de groene politiek. De rol van de PPR in het milieubeleid van de jaren 1960-1970’ dat op 25 februari 2020 op het Katholiek Documentatie Centrum (KDC) in Nijmegen werd gehouden. Een zaal vol belangstellenden was naar de Radboud Universiteit gekomen voor dit onderwerp dat een gevolg was van een PPR-reünie uit 2018. De reünisten constateerden dat de idealen waar ze vijftig jaar geleden warm voor liepen nog springlevend waren en besloten dat het zinvol was om door middel van een historisch project de rol van de PPR in het ontdekken, agenderen en uitvoeren van deze idealen in kaart te brengen en te vergelijken met de huidige discussies en acties. Dit symposium richtte zich op de eerste groene idealen.

Hoogleraar Carla van Baalen (Centrum voor Parlementaire Geschiedenis, RU) verraste de aanwezigen door te laten zien dat in het eerste landelijke PPR-verkiezingsprogramma (1971) milieu nauwelijks te vinden was, terwijl andere partijen daar veel concreter over waren. Een verklaring daarvoor was dat het verkiezingsprogramma al geschreven was in 1969, ruim voor de verschijning van het rapport 'Grenzen aan de Groei' van de Club van Rome (1972). Binnen de jonge PPR lag de aandacht allereerst op solidariteit, zowel nationaal als internationaal. De zgn. Commissie van Zes van PvdA, D'66 en PPR formuleerde al snel onder leiding van Sicco Mansholt een progressief Nederlands antwoord op 'Grenzen aan de Groei'.

Michel van Hulten bracht naar voren dat de PPR-vertegenwoordigers in Provinciale Staten en de Eerste Kamer zich toen vooral richtten op het ondersteunen van regionale en lokale acties. Huismoeders ruimden afval op en actievoerders trokken de provincie in bijv. tegen een pijpleiding in België die afval net over de grens met Nederland dumpte. Veel partijleden wilden praktisch aan de slag en gaven dit prioriteit boven het formuleren van nieuwe wetten. De partij moest haar koers nog bepalen vanuit een verzameling uiteenlopende idealen. Wat later leidde tot de centrale thema's vrede, macht milieu en welzijn.

Presentatie prof.dr. Carla van Baalen (CPG) over het politieke klimaat van de jaren 1970 en het ontstaan van het milieubeleid.

Deze persoonlijke motieven kwamen ook naar voren in de forumdiscussie onder leiding van Wim van Meurs (hoogleraar politieke geschiedenis aan de RU). Dit leidde tot een gepassioneerde interactie tussen een aantal oudgedienden en het publiek. Erik Jurgens en Michel van Hulten, medeoprichters van de PPR, beten het spits af. Voor Jurgens was de overstap van de KVP naar de PPR vooral een keuze vanuit zijn christelijk-radicale overtuiging, mede gestimuleerd door uitspraken van de kerk over vrede en sociale gerechtigheid. Maar in de confessionele partijen kreeg dit geluid weinig gehoor. Enkelen KVP-ers besloten in 1968 om zelfstandig verder te gaan door de PPR op te richten. Deze formatie was van meet af aan samenwerkingsgericht en wilde zich verbinden met gelijkgezinden in andere partijen. Voor Van Hulten was zijn achtergrond als sociaal geograaf een belangrijke motivatie om zich aan te sluiten. In zijn studie hield hij zich bezig met de aarde als leefomgeving voor de mens en binnen de nieuwe partij was daar volop aandacht voor. De partij was bleef volgens Van Hulten echter te klein om grootschalige beleidsveranderingen tot stand te kunnen brengen. Dat dit beleid vijftig jaar na dato wel gehoor krijgt en soms zelfs wordt uitgevoerd heeft volgens Jurgens, in tegenstelling tot de jaren 1970, te maken met het feit dat de dreiging nu echt merkbaar wordt ('Government by Catastrophy') .

Dilia van der Heem, oud-Tweede Kamerlid van de PPR, was een van de initiatiefnemers van het nieuwe PPR-project van het KDC. De PPR van toen bleek in thema’s over het milieu, democratie, vrede en macht vandaag de dag relevanter dan ooit. Zij zocht met Gerard Jongerius contact met het KDC waar de landelijke PPR-archieven naast de KVP collectie worden bewaard. Omdat het KDC zich ten doel stelt te willen bewegen ‘van collectie naar connectie’ en de collectie met nieuwe betekenissen te verrijken, paste dit project precies in de doelstelling.

Tijdens het symposium werd de band met het heden makkelijk gelegd. We weten nu heel veel over de druk op het milieu, maar dat was in de jaren 70 ook al het geval en toch is het toen niet gelukt om de feiten omtrent het klimaat voldoende om te zetten in maatregelen. Oud-PPR-vice-voorzitter Jaap de Jong gaf aan dat het daarom nodig is dat wetenschappers blijven bijdragen aan het maatschappelijk debat. Margo Andriessen, die tot dezelfde generatie PPR-ers hoorde, vertelde hoe ze op lokaal niveau klimaat en milieu besprak met haar buurtgenoten. Dit bevorderen van het ‘maatschappelijk bewustzijnsproces’ waar de PPR op doelde, bleek nu nog net zo sterk te leven als toen de partij actief was. Om dit soort ervaringen toe te voegen aan het archief riep KDC-archivaris Ramses Peters de aanwezigen dan ook op om PPR-materiaal dat mensen nog thuis hebben liggen toe te voegen aan het archief op het KDC. Hierop volgden al snel enkele enthousiaste reacties van mensen die hun bijdrage wilden leveren aan de collectievorming. Deze grote betrokkenheid van de aanwezigen was kenmerkend voor het symposium en geeft hoop op een succesvolle voortzetting van het project.

Hans Krabbendam, directeur van het KDC, sloot de bijeenkomst af en bedankte de aanwezigen. De sprekers kregen een actiepakket met inheemse zaden om in hun eigen achtertuin een bijdrage aan een gezond milieu te leveren. Het ontkiemingsproces gaat door.

Forumdiscussie o.l.v. prof.dr. Wim van Meurs (links).