Impressie: Oranjesingel 42

Datum bericht: 8 juni 2020

Afgelopen week vernamen wij het droevige nieuws dat de Nijmeegse historicus Wilfried Uitterhoeve op 20 april jl. is overleden. Uitterhoeve was een graag geziene gast in de KDC-studiezaal waar hij ruime tijd heeft doorgebracht voor zijn onderzoek naar het Nijmeegse studentenleven en de geschiedenis van politiek-cultureel centrum O42. In de voorlaatste Impressie schreef hij nog een bijdrage n.a.v. zijn meest recente publicatie rondom dit onderwerp. U leest het artikel hier nu terug.

Tekst: Wilfried Uitterhoeve | Foto's: Collectie KDC/KUN

In 2019 verscheen het boek Oranjesingel 42 van Wilfried Uitterhoeve bij Uitgeverij Vantilt. Met deze ‘biografie’ van een pand vertelt Uitterhoeve een bijzonder stukje Nijmeegse geschiedenis. Het statige herenhuis dat in 1894 door jonkheer G.C.J. van Reenen werd gebouwd aan de rand van de oude binnenstad, zou vanaf de jaren 1920 een bruisend centrum vormen voor vele generaties studenten en jongeren. Daarmee is het de spiegel van het veranderd cultureel en politiek klimaat van de stad. Voor Impressie vertelt Uitterhoeve over zijn herinneringen aan het gebouw uit zijn studententijd.

Op de foto: Opening nieuwe sociëteit voor het Nijmeegsch Studenten Corps op Oranjesingel 42. 8 februari 1934.

Mijn boek over het pand Oranjesingel 42 in Nijmegen is niet gebaseerd op mijn persoonlijke herinneringen en is ook niet het product van oral history. Het is primair gebaseerd op de resultaten van lange wandelingen door de archieven die berusten bij het KDC en het Regionaal Archief Nijmegen (RAN). Maar het hielp wel, dat ik in verschillende tijden in het pand heb verkeerd en er verschillende functies heb gehad. Laat ik dan nu de vrijheid nemen om één van de vele veranderingen die leidden tot weer eens een heel ander gebruik van dat pand, in meer persoonlijke termen te beschrijven. U moet dan met mij teruggaan naar de jaren ’60 van de vorige eeuw in Nijmegen.

In 1962 kwam ik naar Nijmegen, voor een studie rechten. In dat jaar was het nog zo, dat je welhaast automatisch lid werd van het aloude Nijmeegs(ch) Studenten Corps, NSC, in 1923 opgericht en sinds 1925 in dat gebouw gevestigd. Allerlei lidmaatschappen en introducties vereisten een NSC-lidmaatschap, en de ‘corpsbijdrage’ maakte trouwens deel uit van het verplichte collegegeld, dus dat geld was je toch al kwijt. Het was in de naamgeving wel wat verwarrend. Het NSC had niets te maken met de ‘echte’ corpora; het was een grote, neutrale en alles overkoepelende vereniging. Maar de toon was tot ver na de Tweede Wereldoorlog gezet door een min of meer ‘echt corporale’ onderafdeling, de Sociëteit Roland, en dat was op mijn eerste dag in het Corpsgebouw nog goed te merken. De aankomende eerstejaars moesten zich langdurig en keurig – de jongens jasje & dasje – in het trappenhuis opstellen en wachten op hun beurt om uit handen van het bestuur van het NSC, de ‘senaat’, het bewijs van inschrijving te ontvangen. Eenmaal in de senaatskamer schreed je naar dit hoge gezelschap, gezeten achter een lange tafel. De kans was dan groot dat je in je onschuld – niemand had gewaarschuwd – met je voeten het in het tapijt ingeweven NSC-wapen beroerde. Dat overkwam ook mij, en ik werd afgeblaft en toegebruld. Toen begreep ik, wat de reden was van het geschreeuw dat ik in het trappenhuis al enkele keren had opgevangen. Het was allemaal nogal onschuldig, maar zo hing er, in 1962, bij deze algemene vereniging toch nog een beetje de stemming van een ontgroening – al moest je voor een echte ontgroening naar Roland of naar de vrouwelijke pendant daarvan, de Meisjesclub.

Op de foto: Sociëteit Roland was een corporale tegenhanger van de algemene studenten-vereniging N.S.C. Ze werd opgericht in 1928 door drie disputen, die graag minder invloed van de kerk wensten binnen de moedervereniging. Op de foto: de installatie van mr. W. Merckelbach als erelid van de sociëteit in het voorjaar van 1939.

In de jaren daarna werd het monopolie van het NSC met dat min of meer automatische lidmaatschap aangevreten, al waren tot in de tweede helft van de jaren ’60 de meeste studenten nog lid. Maar er was een andere, ingrijpender verandering. De studenten werden, gemiddeld dan, politieker, linkser, activistischer. Dat hing samen met en kwam tot uitdrukking in de groei, ook in Nijmegen, van de Studenten Vakbeweging (SVB). De SVB werd de leidende fractie in het zogeheten ‘Corpsparlement’, waarvoor elk jaar verkiezingen werden uitgeschreven. En toevallig viel mij de eer te beurt om in 1966 als pion van de SVB toe te treden tot de senaat van het NSC, de laatste ‘senaat’, want in dat bestuursjaar veranderde de senaat van het NSC in het bestuur van de Unie van Studenten Nijmegen (USN). Alles ging snel toen. Binnen zo’n vijftien maanden veranderde het Corpsgebouw, nu USN-gebouw, in een centrum van een roerige en vrolijke studentenbeweging, waarin de linkerzijde van de studentenpopulatie de toon aangaf.

Het gaat hier om maar één van de transformaties die in het boek over Oranjesingel 42 aan de orde komen. Er zijn er zoveel meer geweest. Ik noem er enkele. Moeizame aanpassingen, in 1928, 1933 en 1953, in de altijd moeilijke cohabitatie van een algemeen NSC en een formeel of in ieder geval feitelijk besloten en corporaal getinte sociëteit. De ingebruikneming van het pand in 1942 als Wehrmachtsheim voor de in Nijmegen gelegerde Duitse soldaten. De inrichting, in 1956, van een drukbeklante eettafel, ‘mensa’, in de voormalige sociëteitszaal. De verpaupering van het pand rond 1970, na het uiteenvallen van de samenhangende studentenbeweging en de verhuizing van de mensa naar elders. Het nieuwe gebruik, vanaf 1977, als politiek-cultureel centrum O42 voor een brede kring van gebruikers, van Filmhuis tot homo-jongeren. Tot het faillissement van dit centrum in 2000. Daar hield mijn onderzoek dan ook op.

Op de foto: O42 als politiek-cultureel centrum. ca. 1980.

Zoals gezegd: de archieven hebben het basismateriaal geleverd. In het RAN kon ik de archieven van het politiek-cultureel centrum O42 en van het Politiek Kafee van O42 raadplegen. Voor de situatie tot in de jaren ’60 waren er in het KDC de archieven van het NSC en van de Radboudstichting, de door het episcopaat gedomineerde drager van de verantwoordelijkheid van en het gezag over de Katholieke Universiteit. Bovendien kon ik alle jaargangen van de Nijmeegse studentenpers vanaf 1925 doorbladeren. Niet onbelangrijk ook: het KDC-Jaarboek. Vijf grote artikelen in de jaargangen van de jaren ’70 tot ’90 gaven me inzicht in de stromingen en discussies binnen de organisaties van katholieke studenten in de jaren 1925-1945 in en buiten Nijmegen: artikelen van B. van Raaij, H. de Valk, A.F. Manning, M. Kerssemakers en M. Snoek. Houd daarbij nog in gedachten de specialistische bibliotheek van het KDC, met uitgaven zelfs over de meest buitenissige uithoeken van het roomse leven, en dan begrijpt u dat ik in het KDC vele aangename en vruchtbare dagdelen heb kunnen doorbrengen.

Het boek Oranjesingel 42 van Wilfried Uitterhoeve is verkrijgbaar bij diverse boekenwinkels en via de website van de uitgever: www.vantilt.nl

Dit artikel is eerder verschenen in Impressie 2019-25. U vindt alle voorgaande edities digitaal terug op deze pagina.