Impressie: (V)ERFGOED. Met kinderen naar kloosters en kathedralen
De nieuwste publicatie in de Memo-reeks (Valkhof Pers) is uit: Zwerven langs kloosters door Antoon Erftemeijer. Steeds meer mensen voelen zich aangetrokken tot een kort of langer verblijf in een klooster, ter bezinning of als onderdeel van een spirituele zoektocht. Kunsthistoricus Antoon Erftemeijer heeft dat ruim vijftig jaar gedaan. Als betrokken gast in talrijke kloosters werd hij getuige van de transformatie van het kloosterleven in die periode en van de verschuiving in de beleving van een nieuwe generatie katholieken en niet-katholieken. In zijn nieuwe boek blikt hij terug op deze zoektocht.
De redactie van de Impressie was nieuwsgierig naar de wijze waarop dit aspect van het katholiek erfgoed doorgegeven kan worden aan een nieuwe generatie, die verder weg dan ooit staat van het kloosterleven. De auteur had daar een 'kleurrijk' antwoord op.
Tekst: Antoon Erftemeijer | Foto's: privécollectie Antoon Erftemeijer, collectie KDC

Op de foto: Kloostergang in Abdij de Koningshoeven in Tilburg | Bron: collectie KDC
Een paar maanden geleden appte mijn dochter Eva (geb. 1999) me dat ze met een studievriendin een paar dagen naar een klooster wilde. Of ik nog wat tips had. Ik suggereerde enkele kloosters, en het werd uiteindelijk de abdij van Egmond. Een abdij die haar overigens al wel bekend was: in de zomer van 2019 waren we er samen heen gefietst vanuit Haarlem en hadden er dankzij de gastvrijheid van abt Gerard Mathijssen en zijn medebroeders twee nachten mogen logeren.
Ik had mijn dochter zelf voor dit ‘kloostertripje’ uitgenodigd, om diverse redenen. Een ervan was dat ik zelf als student graag regelmatig in stille abdijen logeerde om me door dikke stapels studiestof heen te worstelen – en omdat zij nu inmiddels óók student was, wilde ik haar die mogelijkheid onder ogen brengen. Daarnaast is een abdijbezoek natuurlijk een uitstekende gelegenheid om wat te reflecteren op het leven, om op adem te komen en wat meer tot je (diepere) zelf te komen. Mijn dochter bleek enthousiast, we hadden prima dagen en nu bleek dus dat zij een vriendin enthousiast had gemaakt om ook eens zo’n abdijbezoek af te leggen. Ze bezochten er uiteindelijk zelfs, anders dan ik verwacht had, vrijwel alle kerkdiensten, en beiden – studenten geneeskunde – leken er tevreden op terug te kijken.
Hier was iets aan vooraf gegaan. In 2014 hadden mijn vrouw en ik met onze dochter Eva en zoon Peter (geb. 2000) een fietstrektocht naar België gemaakt. In het verleden had ik al eens enkele malen in de fantastische, deels middeleeuwse abdij van Tongerlo gelogeerd, en nu had ik voorgesteld om er eens en famille te gaan logeren. Mijn verzoek hierover aan de gastenpater, die ik enigszins kende, werd tot mijn vreugde gehonoreerd. Deze uitzondering voor een gezin met jonge kinderen (toen 13 en 15) werd gemaakt nadat ik had aangegeven dat ik de kinderen graag wilde laten kennismaken met het unieke fenomeen ‘kloosterleven’, ter uitbreiding van hun algemene ontwikkeling. De voorgeschotelde maaltijden – een belangrijke gebeurtenis voor puberkinderen – waren in elk geval naar hun volle tevredenheid. De toewijzing door de gastenbroeder aan de kinderen van twee aparte, afgelegen zolderkamers die gewoonlijk aan studenten worden gegeven, hebben we stilzwijgend genegeerd. Eigenhandig versleepten we twee extra matrassen naar de twee cellen die wij als ouders hadden toegewezen gekregen, om hun een veilig gevoel te geven in dit voor hen onbekende grote gebouw.

Op de foto: De kathedraal van Amiens, geschilderd door zoon Peter (toen 10 jaar oud).
Een van de dingen waarmee we ons bezighielden, was het schilderen van een impressie van een deel van het complex op meegebrachte schetsblokken. Dit is een bezigheid die ikzelf (ooit geschoold op een kunstacademie) vrij consequent volhoud op mijn reizen, en waarin mijn gezinsleden tot op heden vaak zijn meegegaan. Zo zijn ook diverse andere kloosters in verf ‘vereeuwigd’ geraakt. Maar ook kathedralen, van buiten en van binnen. Naast de kathedraal van Chartres brachten we met onze verfspullen zelfs twee lange middagen door om de ingewikkelde luchtbogen, steunberen en complexe torens op onze schetsblokken te vereeuwigen – een prima oefening om de architectuur van zo’n gebouw te leren begrijpen. Ook voor andere kerken hebben we in de loop der jaren postgevat: de kathedraal van Amiens, de benedictijner kloosterkerk te Vézelay, kerken te Freiburg en Venetië en elders. Het spreekt voor zich dat ook het bezoek aan de abdij van Egmond met mijn dochter tot een schildersessie leidde (het zonnige weer nodigde er toe uit).
Is dit een vorm van ‘kerkelijk erfgoed doorgeven aan een nieuwe generatie’? Ik denk het. We zaten voor dat schilderen langdurig buiten of binnen kerken en kloosters en dat bracht een intensief kijken met zich mee. We wandelden om ons onderwerp heen, nu en dan vertelde ik wat over de architectuur, de symboliek ervan, de bouwtechnieken, of over het programma van de ramen (zoals in Chartres). En met dat alles hoopte ik ergens dat mijn eigen fascinatie voor dit deel van het kerkelijk erfgoed op hen, in welke mate dan ook, zou overgaan. Een fascinatie die ik overigens zelf doorgegeven heb gekregen van mijn eigen vader, die ook al graag als gevorderd amateur, schetsen maakte bij kerken.

Op de foto: De Notre Dame, geschilderd door dochter Eva (toen 13 jaar oud).
Er is meer. Mijn kinderen hebben in hun basisschooltijd de Kathedrale Koorschool van Haarlem doorlopen – op eigen initiatief zelfs: mijn dochter volgde hierin een vriendin, en mijn zoon daarna zijn zus. Wij hebben dit vanaf het begin toegejuicht. Niet om hen katholiek te maken, dat moeten ze later vooral zelf beslissen. Wel omdat zo’n koorschool, met vele optredens in de KoepelKathedraal van Haarlem zelf maar ook in andere gebouwen (zelfs het Concertgebouw Amsterdam voor de Matthäus Passion!), een actieve kennismaking inhield met muziekcomposities, rituelen en plechtigheden die op een eeuwenoude traditie teruggaan en alleen al in artistieke zin van een zeer grote rijkdom zijn.
Of onze kinderen zich later in hun leven verder zullen verdiepen in al dit erfgoed en er van zullen (blijven) genieten, valt natuurlijk nog te bezien. Maar alles begint met kennismaking, zoals ook alle scholieren ooit een keer een museum moeten worden binnengeloodst opdat ze dat instituut tenminste kennen uit eigen ervaring. Wanneer de nieuwe generatie op zijn minst oog en oor heeft voor het kerkelijk erfgoed, dan kan toch wel enigszins verwacht worden dat het wel goed komt met de bereidheid om een en ander ook te helpen behouden voor de toekomst en om er anderen enthousiast op te wijzen.

Op de foto: De auteur en zijn dochter Eva bij de Abdij van Egmond.
Met mijn nieuwe boekje Zwerven langs kloosters hoop ik zelf iets door te geven van mijn ervaringen met en intense belangstelling voor kloosters als pleisterplaatsen voor pelgrimerende leken. En zo anderen er ook enthousiast voor te maken. Het boekje bevat bovendien enkele foto’s van eigen schilderingen, gemaakt in de abdijen: pogingen tot vereeuwiging van gebouwen die je graag een eeuwig bestaan toewenst.

Verder lezen?
Antoon Erftemeijer, Zwerven langs kloosters is verschenen bij Valkhof Pers in Nijmegen als onderdeel van de Memo-reeks.
U kunt de publicatie bestellen bij de boekhandel of bij de uitgever:
ISBN 978 90 5625 520 6
Uitvoering: paperback
Prijs: €16,75