Jonne Hoek in Berlijn, Duitsland
Het Erasmus-programma biedt veel mogelijkheden om je horizon te verbreden. Ik zal in het komende stukje proberen te schetsen hoe ik mijn culturele uitwisseling tijdens mijn Erasmus-jaar in Berlijn 2008 heb ervaren.
Ik woonde in de wijk Kreuzberg. Wanneer familie of vrienden me kwamen opzoeken werd me vaak gevraagd of deze wijk tot West- of Oost-Berlijn behoort. Op de kaart ligt Kreuzberg recht onder het 'Stadsmitte' van Berlijn. Niet West, niet Oost, maar ten zuiden van het midden dus. Maar dat wilde mijn bezoek natuurlijk niet horen. Mijn bezoek wilde weten of er in deze wijk vroeger Trabant-autootjes voor de stoplichten stonden, of de buren elkaar stiekem afluisterden en hier in de supermarkten geen potten Nutella maar de beroemde Spreewaldaugurken opgestapeld werden. Het antwoord op die vragen was voor mijn gasten meestal teleurstellend want Kreuzberg behoorde tot West-Berlijn. Het centrum was weliswaar DDR-gebied, maar de Berlijnse muur maakte een mooie bocht naar rechts, om Kreuzberg heen naar beneden. Kreuzberg was van Amerika.
Op mijn racefiets ben ik een jaar lang naar de Humbold Universiteit in Stadsmitte gesprint. Berlijn is een fietsstad. Gebogen over het stuur, zwenkend tussen Mercedes en BMW fietste ik naar het noorden over de Friedrichstrasse. Zo kwam ik iedere dag langs het beroemde Checkpoint Charlie dat nu een van de meest toeristische plekken van de stad is. Dagjestoeristen drommen hier bijeen om foto's te maken van twee acteurs in uniform die elkaar omhelzen. De ene draagt de Sovjetvlag, de andere de Amerikaanse 'stars en stripes'. Als inwoner van de stad ontwikkel je al snel een afkeer van het toeristisch voetjesvolk en het platte vermaak waarmee ze naar het centrum worden gelokt. Mijn fietsbel rinkelt en een groepje Japanners springt wat verdwaasd opzij terwijl ik door het Checkpoint sjees. Op het bordje langs de kant van de weg staat You are now leaving the American sector. Het Checkpoint Charly is een van de weinige plekken in de stad waar de voormalige scheiding van Oost en West uitdrukkelijk in het middelpunt van de belangstelling is geplaatst.
'Aha, je woont dus in West-Berlijn', zegt een van mijn gasten. Een lichte teleurstelling klinkt door in zijn stem. Het plaatje met de Trabant-auto's spreekt meer tot de verbeelding. Begrijpelijk. Na de val van de muur is er veel van de DDR-cultuur verdwenen. Nostalgische Oost-Duitsers schijnen daarom in 'Ostalgie'-clubjes samen te komen. Zittend om de koffietafel halen ze herinneringen op, zingen socialistische liedjes en zijn het er over eens dat de koffiekoekjes vroeger veel lekkerder waren. De commercie heeft deze sentimenten op haar eigen manier overgenomen en Ost-producten een cultstatus verleend. Daar kwam ik achter toen ik in een tweedehands winkel een nietszeggende, bruine bureaulamp wilde kopen. Ik had de lamp om zijn duffe uiterlijk uitgekozen in de hoop dat ze niet zo veel geld zou kosten. De lamp bleek maar tweehonderd euro te kosten; een koopje wist de handelaar me te vertellen. Uit de 70’er jaren, écht Ost.
In mijn beleving was de scheiding tussen Oost en West uit het straatbeeld van Berlijn verdwenen. Van een Berlijnse muur is weinig meer te zien, Ostbouwflats worden weerspiegeld in grote glazen kantoorpanden, en tegenover de Berliner Dom maakt het socialistische 'Palast der Republik' plaats voor de herbouw van een reusachtig vooroorlogs slot. Wat er nog van een scheiding over is ziet enkel het geoefend oog of wordt kunstmatig geconserveerd voor de toeristen. Het lijkt daarmee alsof de gespleten persoonlijkheid van Berlijn inmiddels tot het verleden behoort.
Maar de scheiding van de stad is nog niet uit de harten van de mensen verdwenen. Aan de toog van de bruine kroeg merk je dat de Berlinern nog steeds het onderscheid tussen Oost en West aan het verwerken zijn. West-Berlinern hebben me verteld dat ze een 'Ossi' van mijlenver herkennen aan diens kleding die net wat grauwer is en minder goed zit. En een Ost-Berliner zei me dat hij zich ten westen van de voormalige grens minder op zijn gemak voelde aangezien de socialistische hartelijkheid van het elkaar groeten op straat hier nooit in gebruik is geraakt.
Of de mensen uit voormalig Oost-Duitsland zich daadwerkelijk anders kleden heb ik niet kunnen controleren. Duitse mode gaat me sowieso boven de pet. Een verschil in groetgedrag is me niet opgevallen en dat komt misschien omdat ook ik in het westen ben opgegroeid. Maar aan welke kant van de stad ik ook was, in de bruine kroegen kreeg ik altijd hetzelfde warme onthaal: een halve liter bier en mooie verhalen voor één euro vijftig.
Je woont in een wereldstad en je komt je straat niet uit. Dit is kenmerkend voor de manier waarop veel mensen in Berlijn leven. Het leven van een Berliner speelt zich af in de directe omgeving van zijn huis: de Kiez. Een Berlijnse Kiez is zoiets als het Engelse hood. Tot mijn Kiez behoorde naast Mustafa en Curry 36 onder andere de markthal waar ik boodschappen deed, de tweedehands boekenhandel daartegenover, het zwembad een paar straten verderop en de kleine bruine kroeg op de hoek. De dame die daar achter de bar stond vertelde me dat ze al dertig jaar haar Kiez niet had verlaten.
Het dorpachtige karakter van Berlijn maakt de stad veelzijdig en ontspannen tegelijkertijd. Dit betuigt ook Vladimir Kaminer, een Russisch-Joodse immigrantschrijver en cultvoorman in de scène tijdens een rondleiding door zijn Kiez. Kaminer komt met zijn rondleiding niet verder dan het einde van de straat, vijfhonderd meter verderop. Tjah, legt hij uit, omdat iedereen een leefgebied heeft van vijfhonderd meter rondom zijn voordeur, kun je in Berlijn vier Oktoberfesten, tien Carnavals en daarbovenop vijf Loveparades organiseren zonder dat de rest van de stad hier last van heeft. En precies dit maakt Berlijn tot een metropool want: "In eine richtige Grosstadt gibt es alles für alle, aber nicht jeder muss bei jedem Scheiß mitmachen."
Je hoeft je straat niet uit, behalve wanneer je naar de opera of het museum wilt gaan natuurlijk. Berlinern zie je daarom wel buiten hun Kiez, maar dan zijn ze vaak een soort van toerist in hun eigen stad. Dit merkte ik ook aan de universiteiten waar beduidend minder contact tussen de studenten filosofie was dan in Nijmegen. Napraten over de collegestof gebeurde amper; bijna iedereen verliet na een collegedag de universiteit om terug te keren naar zijn of haar Kiez. Het ontbreken van filosofie buiten de colleges om viel me zwaar, aangezien ik leef voor de borrelnootjesfilosofie. Dit is een keerzijde van de Kiez-structuur; omdat iedereen steeds naar zijn eigen dorp terugkeert is het moeilijk om van een plek als de universiteit meer te maken dan een plaats waar mensen enkel bijeenkomen om colleges te volgen.
Ik heb nog niks gezegd over biertuinen, zwijnen aan het spit of Lederhosen. Je kunt je afvragen of mijn culturele uitwisseling in Berlijn wel écht Duits te noemen is. Berlijn is niet on-Duits. Natuurlijk staan grote namen als Goethe, Hesse en Mann niet alleen in bibliotheken maar op de meeste studentenkamers, natuurlijk worden Bach, Beethoven en Brahms hier wekelijks op tal van plekken uitgevoerd, natuurlijk worden ook in Berlijn literpullen bier gedronken en ja: currywursten zijn lekker. Maar toch denk ik dat wanneer je in Duitse folklore ondergedompeld wilt worden je in Berlijn op de verkeerde plek bent. De stad is eenvoudigweg te veelzijdig om een stereotiep Duitse ervaring teweeg te brengen.
Toch is er is één zaak die Berlijn door al zijn veelzijdigheid heen tekent. Wanneer je op een zondagmorgen door de wijk Prenzlauer Berg loopt, grote mensen met een Latte Macchiato op het terras de krant lezen en kinderen lachend over de stoep steppen dan lijkt het alsof je op een van de meest vreedzame plekken van de wereld bent beland. Maar als je beter kijkt dan zie je dat de bloemetjes op de muur verderop de beschilderde kogelgaten van een mitrailleurspoor zijn.
In zijn boek Boze geesten van Berlijn beschrijft Philippe Remarque zijn ervaringen in Berlijn als correspondent voor de Volkskrant.[i] Onvermoeibaar verhaalt Remarque hoe met het betreden van ieder pand, het opentrekken van ieder gordijn, het omdraaien van iedere steen in Berlijn de boze geesten van het verleden opdoemen. De centrale gedachte: Berlijn heeft meer geschiedenis dan goed is voor een stad.
Graag spreek ik hier mijn bewondering uit over de manier waarop Berlijn met haar overschot aan geschiedenis omgaat. Want als er iets niet gebeurt in Berlijn dan is het wel het verloochenen van haar verleden. Het tot geschiedenis maken van verleden wordt in Berlijn zelfs dermate ijverig bedreven dat het voor de leek soms wat overdreven lijkt. De herdenkingsdrang is echter geen symptoom van Duitse Gründlichkeit maar de oprechte consequentie van het historisch bewustzijn dat de stad is gaan symboliseren. Berlijn kan haar boze geesten niet naar het verleden verbannen maar moet deze telkens weer opnieuw oproepen.
Naast bewondering heb ik ook twijfel ondervonden, vooral wanneer ik sprak met mijn Duitse leeftijdsgenoten. Twijfel allereerst over de zinvolheid van een schuldgevoel dat voortleeft in mensen die niets van doen hebben gehad met de verschrikkingen van een Holocaust of Stasi-regime. Twijfel daarnaast aan het nationale karakter dat het schuldgevoel kleurde van de mensen die ik sprak. Deze twijfel richtte zich ook tot mijzelf; misschien had ook ik het overdenken van de boze geesten uit Berlijn tot dusver voornamelijk als een typisch Duitse aangelegenheid beschouwd.
Als één geheel staat Berlijn symbool voor het herdenken van gebeurtenissen die te belangrijk zijn om ze naar het verleden te verbannen. Berlijn is daarom ook geen twee steden meer; de scheiding van de muur is uit het straatbeeld verdwenen. Iets herdenken gebeurt namelijk niet door het verleden in stand te houden maar door er afstand van te nemen waardoor de ruimte ontstaat het verleden op een zinvolle wijze te overdenken. Berlijn herdenkt veel, maar de stad leeft niet in het verleden. Het leven van Berlijn speelt zich af in de Kiezen die als kleine dorpjes de veelzijdigheid van de stad uitmaken. Dit dorpse karakter maakt Berlijn een van de levendigste en ontspannen steden die ik ken, ondanks al haar boze geesten.
Lees het volledige artikel van Jonne Hoek ‘Uit hoeveel steden bestaat Berlijn’ in Splijtstof, het onafhankelijk wijsgerig tijdschrift van de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen.