Vendrik, M.H.C.

Archiefnummer: 414
Archiefnaam: VEND
Sector: Jeugd
Soort archief: Persoonsarchief
Datering: 1928-1982

Zie ook het Ten geleide bij het archief van J.J.M. van der Ven

Plaatsingslijst (pdf, 597 kB) vernieuwd juli 2018

M.H.C. Vendrik spreekt op een bijeenkomst van de gidsen in Suriname, 1960

Ten geleide
M.H.C. Vendrik (1908-1982)
M.H.C. Vendrik was van 1929 tot 1945 werkzaam in het lager onderwijs voor meisjes in Utrecht; van 1941 tot 1945 was zij schoolhoofd. Gedurende deze periode was zij op lokaal en regionaal (diocesaan) niveau actief in de jeugdbeweging. Ze was welpenleidster van de Mgr. Van Schaik-horde, de Sint Nicolaas-horde en de Augustinus-horde in de jaren dertig. In 1938 werd zij hoofdpropagandiste voor de Katholieke Actie (KA) in Utrecht. Vanaf die tijd bleef zij actief voor de KA. In 1939 werd zij voorzitster van het Katholiek Vrouwelijk Jeugdwerk in de Catharijne-parochie te Utrecht. In 1941 breidde haar taak zich uit tot het dekenaat Utrecht en in 1945 werd zij diocesaan voorzitster van het Katholiek Vrouwelijk Jeugdwerk in het aartsbisdom Utrecht. In dat jaar verliet zij het onderwijs om zich geheel aan de opbouw van het na-oorlogse jeugdwerk te wijden, met name aan de Gidsenbeweging, die behoorde tot de Katholieke Actie Vrouwelijke Jeugd (KAVJ).
Het Katholiek Vrouwelijk Jeugdwerk (KVJ), opgericht in 1945, omvatte de Mater Amabilisscholen (Vendrik was voorzitster van het bestuur en mede-oprichtster van deze scholen in het aartsbisdom Utrecht; zie het KDC-archief van de Nationale Stichting voor Mater Amabilisscholen), de Katholieke Nationale Stichting voor Bijzonder Gezinswerk en Jeugdzorg, de KAVJ, de Boerinnen Jeugd Bond, het Meisjes-gilde en de Gidsenbeweging. De KAVJ beschikte in het aartsbisdom Utrecht over drie huizen: Den Oldenhof te Gorssel, Huize Dorth te 't Joppe en Het Witte Huis te Borne. In deze huizen waren ondergebracht het secretariaat van de KAVJ en de hoofdkwartieren van de Gidsenbeweging. Tevens dienden zij als cursushuizen voor de jeugdbeweging, het maatschappelijk werk, 'Inleiding Volle Leven' en soms als vakantiehuizen voor jeugd en voor moeders. Voor de jeugd jonger dan 17 jaar was er de Gidsen- en Trekvogelbeweging, voor de jeugd ouder dan 17 waren er de jongerengemeenschappen. Het maatschappelijk werk organiseerde de opleiding tot gezinsverzorgster, de oprichting van een instelling voor maatschappelijke gezinszorg en plaatselijke afdelingen van de Sociale Hulpdienst.
Bij de bundeling van de vijf diocesane katholieke vrouwelijke jeugdorganisaties (te Utrecht, Haarlem, Breda, 's-Hertogenbosch en Roermond) in 1945 werd Vendrik nationaal voorzitster van het aldus ontstane landelijke KVJ. Zij bleef aan als voorzitster tot 1960. Zie ook het KDC-archief van de Stichting Kath. Vrouwelijk Jeugdwerk.

In 1956 werd Rie Vendrik gekozen tot internationaal presidente van de Wereldfederatie van de Katholieke Vrouwelijke Jeugd waarvan ze sinds 1948 in het bestuur zat. Zij bekleedde deze functie tot 1964. In 1960 werd zij ook voorzitster van de O.I.C., de Organisation Internationale Catholique in Rome. Van 1959-1961 was zij tevens presidente van de „Conférence des Organisations Internationales Catholiques”. Als zodanig leidde zij de bijeenkomsten van 35 internationale katholieke organisaties waaronder De Vrouwelijke Jeugd, Pax Romana, een vereniging van Katholieke Onderwijzers, en een van Katholieke Journalisten.
Sinds 1960 was zij medewerkster van het Landelijk Centrum voor Katholieke Actie „De Horstink”. Hier behartigde Vendrik vooral de internationale relaties. Daarnaast had zij zitting in de Internationale Raad voor Lekenapostolaat en in het bestuur van de Internationale Vrouwenbeweging.
Zij werd in 1964 op persoonlijke titel uitgenodigd om als waarneemster aanwezig te zijn bij het Tweede Vaticaans Concilie te Rome, in het bijzonder bij de behandeling van Schema 13, dat handelde over de Kerk in de wereld van nu. Zij was de tweede Nederlandse vrouw, die bij de  conciliebesprekingen aanwezig was.
Voor het Nederlands Pastoraal Concilie in Noordwijkerhout werkte zij mee aan het rapport De religieuzen, dat op de vijfde plenaire vergadering in januari 1970 werd behandeld.

In 1967 werd zij als enige Nederlandse lid van de Vaticaanse lekenraad, die werd opgericht na het Concilie. Haar positie is te vergelijken met die van Marga Klompé, het enige Nederlandse lid van de pauselijke commissie Gerechtigheid en Vrede. De Lekenraad is een (weliswaar experimenteel) onderdeel van de curie (het bestuur) van de katholieke kerk. Ondanks de spanningen tussen Rome en Nederland aanvaardde zij in 1972 een herbenoeming in de lekenraad, omdat ze hoopte bij te kunnen dragen tot de communicatie. Enige tijd later werd zij diep geschokt door het Romeinse ingrijpen inzake de Nederlandse landelijke pastorale raad. Toch gaf ze haar lidmaatschap niet op. Ze wilde blijven bevorderen dat de realiteit van de kerk op het plaatselijk vlak duidelijk wordt aan de leiding van de kerk in Rome. In 1973 werd zij lid van nieuw gevormde internationale pauselijke commissie inzake de positie van de vrouw in kerk en maatschappij.
Bron: KDC-Knipselcollectie

Literatuur van en over M.H.C. Vendrik kunt u vinden in RUQuest.

KDC - Knipselcollectie
De knipselcollectie bevat naast knipsels uit dag- en weekbladen diverse andere vormen van min of meer losbladige informatie, zoals persberichten van het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP), overlijdensberichten, fotokopieën uit bio- en bibliografische naslagwerken enz. De knipsels over M.H.C. Vendrik zijn beschikbaar in de studiezaal van het KDC.

KDC – Beeld en Geluid
De collectie Beeld en geluid kunt u doorzoeken via de Catalogus van het KDC. Door te zoeken op ‘Vendrik, M.H.C.’ vindt u het bedoelde materiaal.